Cirqlar - gevelbekleding: duurzaam, veelzijdig en onderhoudsvrij -

Cirqlar gevelbekleding: duurzaam, veelzijdig en onderhoudsvrij met 350 punten nummer 44 in de E&R Top 100

Gespot door E&R Kennistafel Bouw 2.0 - Duurzaam, Circulair, Biobased en Data-gedreven

 

Cirqlar is een innovatieve gevelbekleding die voor 60% bestaat uit rijstvlies en 22% uit zout, wat neerkomt op 82% organisch materiaal. Het materiaal is beschikbaar met minerale of plantaardige olie en optioneel voorzien van brandvertragende toevoegingen. Cirqlar heeft brandtesten doorstaan en is geclassificeerd met brandklasse B.

 

Het product wordt in Nederland vervaardigd met Europese grondstoffen en volledig geproduceerd met 100% duurzame energie. Sinds 2019 zijn er al diverse succesvolle referentieprojecten gerealiseerd.

 

Waarom kiezen voor CirQlar?

  1. Milieuvriendelijk
    Cirqlar bestaat uit 60% rijstvlies, 22% zout en 18% minerale of plantaardige olie. Deze unieke samenstelling maakt het product duurzaam en verantwoord in gebruik.

  2. Weerbestendig en duurzaam
    Cirqlar is bestand tegen zon, sneeuw, zoet- én zoutwater. Het materiaal behoudt zijn kwaliteit onder alle weersomstandigheden en wordt geleverd met 10 jaar productgarantie.

  3. Veelzijdig toepasbaar
    Of het nu gaat om vlonderdelen, tuinschermen, gevelbekleding of plantenbakken: Cirqlar zorgt voor een esthetische afwerking van elk type gebouw. Voor terrasdelen biedt het zelfs de hoogste antislip-klasse.

  4. Beter dan hout
    Cirqlar is geen houtcomposiet. Het overtreft bestaande houtvervangende producten in uitstraling, gevoel en levensduur.

  5. Eenvoudige verwerking en onderhoudsvrij
    Net als hout is Cirqlar eenvoudig te zagen en te schroeven. Maar in tegenstelling tot hout is het volledig onderhoudsvrij én kleurvast. Op de kleur wordt 15 jaar garantie gegeven.

Ciroqlar met plantaardige olie: Nog duurzamer

 

Waar minerale olie een aardolieproduct is, gebruiken wij voor de plantaardige variant hergebruikte frituurolie uit de chips- en patatindustrie (denk aan McDonald’s). Hiermee realiseren we een CO₂-reductie van maar liefst 90% ten opzichte van de variant met minerale olie.

 

Voor informatie kunt u terecht bij:

Paul Duijn | 06-11901140 | [email protected] | cirqlar |

Gespot door:

E&R Kennistafel Bouw 2.0 - Duurzaam, Circulair, Biobased en Data-gedreven, wil je meer weten over de activiteiten van de kennistafel en hoe jij kunt bijdragen aan duurzame, circulaire bouwen. Neem dan contact op met een van onze moderatoren: Ron van Wijk | Leon Erkelens of een van onze leden uit de 1e ring:  Marijke Pasman | Pol van de Vijver | Hans Blaauw | Rob Withaar | George Besseling | Hans van der Zwet | Paul Duijn | Arne Balvers | Berry Hendriks | Paul Bijvoet | Mark Kok | Gertjan Besselsen | Hanno Jol | Ashna Hoelasie | Jetty Kruiter | Carel Bolt | Wim Pasman | Tonnie van de Werken | Harriet van Heusden | Rob van Bussel | Walther Dingemans | Sander Willems | Zeger Bergsma | Marc van der Poel | Marcel Klok | Arnoud Hanenburg | Richard de Moel | Leo Gouw | Dylan van Gulik | Remco de Bruijn | via [email protected] | 

Reactie schrijven

Commentaren: 1
  • #1

    Technisch adviseur gevelmaterialen (donderdag, 12 maart 2026 16:40)

    Interessant artikel en goed om te zien dat er aandacht is voor materialen op basis van agrarische reststromen zoals rijstvlies. Transparantie over de technische samenstelling van dit soort materialen is echter wel belangrijk om producten goed met elkaar te kunnen vergelijken.

    In het artikel wordt aangegeven dat het product voor 82% uit organisch materiaal bestaat. Wanneer je echter kijkt naar de bekende patenten van Resysta (bijv. US9034951B2), wordt daar een formulering beschreven waarin ongeveer 30–40 gewichts% rijstvlies wordt toegepast, aangevuld met o.a. PVC, minerale fillers en additieven.
    Wanneer uitsluitend biogene grondstoffen als organisch worden beschouwd (dus niet polymeren of fossiele additieven), lijkt het organische aandeel volgens deze formulering eerder rond de 30–40% te liggen. Zelfs wanneer alle koolstofhoudende componenten zouden worden meegerekend, kom je nog steeds aanzienlijk lager uit dan de genoemde 82%.

    Daarom de vraag hoe dit percentage precies is berekend:
    * Is het genoemde aandeel gebaseerd op volume-% in plaats van massa-%?
    * Worden hierbij ook polymeren of andere additieven als “organisch” meegeteld?
    * Is er een LCA, EPD of andere onderbouwing beschikbaar waarin dit percentage wordt toegelicht?

    Daarnaast wordt in het artikel aangegeven dat in plaats van minerale olie hergebruikte frituurolie uit de chips- en patatindustrie wordt toegepast, met een CO₂-reductie van 90% ten opzichte van de variant met minerale olie. Aangezien dergelijke oliën in composieten normaal gesproken eerst chemisch gemodificeerd moeten worden om thermisch stabiel en verwerkbaar te zijn, ben ik benieuwd:

    * Wordt deze frituurolie eerst chemisch aangepast voordat deze in het materiaal wordt toegepast?
    * Is er een onderbouwing beschikbaar van de genoemde 90% CO₂-reductie, en heeft deze betrekking op het totale product of alleen op de oliecomponent?

    Tot slot nog een vraag over de productontwikkeling. Resysta is voor zover bekend een licentieproduct met een vastgelegde basisreceptuur, terwijl in de gepubliceerde patenten geen recente wijziging van de formulering zichtbaar lijkt die deze aanpassing beschrijft. Wordt het materiaal in dit geval nog onder de Resysta-licentie geproduceerd, of betreft het een eigen formulering / merkvariant?

    Transparantie over dit soort technische details helpt de sector om materialen op een eerlijke en inhoudelijke manier met elkaar te vergelijken.